Ook als je niet extreem gevoelig bent, zijn er toch allerlei apparaten waar je last van kan krijgen. Michiel Haas (NIBE) noemt de vijf grootste boosdoeners – en wat je eraan kunt doen om het risico te verkleinen.
- De DECT-telefoon. “Dit systeem bevat een zendertje dat altijd actief is, ook op momenten dat je niet belt. De DECT-telefoon moet je zonder meer je huis uit doen. Weggooien, niet weggeven aan iemand anders, want ze zijn voor niemand goed. Er zijn goede alternatieven en voor wie echt draadloos wil is er ook een DECT die alleen straling uitzendt op het moment van gebruik en verder niet.”
- Het waterbed. “Het verwarmingselement van deze bedden bevat een transformator, dus in feiten lig je vele uren boven op de elektromagnetische velden. Haal daarom de stekker uit het waterbed op het moment dat je erin stapt. En steek hem pas weer in het stopcontact nadat je bent opgestaan. Je kunt er ook voor kiezen een dubbelpolige schakelaar te laten aanbrengen, maar de stekker eruit is wel zo makkelijk en safe.”
- WiFi. “Een draadloos netwerk bevat een zendertje, het modem, dat constant aanstaat, of dat nu nodig is of niet. Er is dus voortdurend straling en dicht bij je. Je kunt het modum uitschakelen wanneer het niet gebruikt wordt, maar beter is het om gewoon een kabeltje aan te (laten) sluiten, zodat je van het zendertje verlost bent. Voor je laptop geldt hetzelfde; ook die kun je beter met een ‘draadverbinding’ laten uitrusten en het ontvangertje in de laptop softwarematig (laten) uitzetten.
- De mobiele telefoon. “Te veel mobiel bellen is voor niemand goed, maar met kinderen moet je zeker voorzichtig zijn. Kinderen tot een jaar of 14, 15 zouden maximaal 10 minuten achtereen moeten bellen, en niet meer dan twee of drie keer per dag. Verder geldt voor iedereen: bel het liefst waar je een goede ontvangst hebt, bijvoorbeeld buiten. En juist niet in de auto, tram of in de trein, waar je mobieltje sterker moet zenden voor de ontvangst.”
- GSM/UMTS-zendmasten, wanneer deze binnen zicht staan (500 meter). “Het is mogelijk de straling via textiel, verf of folie buiten je huis te houden, maar om een averechts effect te voorkomen is het wel belangrijk om een professional, een woonbioloog, metingen te laten verrichten, voor en na de ingreep. Het gebeurt wel eens dat met de genomen maatregelen weliswaar de straling van een mast buiten wordt gesloten, maar dat er tegelijkertijd straling van een andere, minder in het zicht staande mast, in huis wordt vastgehouden.
(Bron: Happinez 6-2007)
